De regelgeving voor bewaking op afstand in bedrijven is streng. Dit zijn de belangrijkste regels.
Het proportionaliteitsbeginsel.
U mag alleen filmen wat nodig is voor een duidelijk omschreven beveiligingsdoel. Buitensporig cameratoezicht is niet toegestaan.
Het informeren van betrokkenen.
U moet de betrokkenen duidelijk informeren, bijvoorbeeld met een goed zichtbaar bord en een QR-code naar meer informatie, over:
- de aanwezigheid van camera's;
- het doel van het cameratoezicht;
- de bewaartermijn van de beelden;
- de manier waarop gefilmde personen hun beelden kunnen inzien.
Voorbeeld van een informatiebord
"Dit pand staat onder cameratoezicht.
Verwerkingsverantwoordelijke: [Naam van het bedrijf].
Doel: beveiliging van eigendommen en personen.
Bewaartermijn van de beelden: [aantal] dagen.
Om uw recht op inzage uit te oefenen, neemt u contact op met: [afdeling / e-mailadres].
Meer informatie: autoriteitpersoonsgegevens.nl"
Werknemers.
De regels voor cameratoezicht op de werkvloer beschermen hun privacy:
- Heeft uw onderneming een ondernemingsraad? Dan heeft u vooraf de instemming van de ondernemingsraad (OR) nodig.
- U moet elke betrokken werknemer duidelijk informeren, bijvoorbeeld via een personeelsreglement of camerabeleid.
- Permanent cameratoezicht op de vaste werkplek van een werknemer is in het algemeen niet toegestaan.
- Camera's in toiletten en kleedruimtes zijn niet toegestaan.
Klanten en bezoekers.
Een duidelijk bord bij de ingang volstaat om hen te informeren.
AVG en Autoriteit Persoonsgegevens.
Daarnaast moet u:
- het cameratoezicht opnemen in het register van verwerkingsactiviteiten van uw onderneming;
- de bewaartermijn van de beelden beperken (niet langer dan noodzakelijk);
- de toegang tot de beelden beveiligen en voorbehouden aan bevoegde personen.
Deze verplichtingen worden soms als een rem ervaren. Als u ze vanaf het ontwerp goed meeneemt, worden ze juist een bescherming voor uw bedrijf, zowel bij een controle als bij een geschil.